Blog Elise van de Putte

De vruchtbare grond van Van Vollenhoven

Ik neem jullie mee naar 2011, het jaar waarin de Onderzoeksraad voor veiligheid, onder leiding van Pieter van Vollenhoven, een vernietigend rapport naar buiten bracht. “Over de fysieke veiligheid van het jonge kind”, was de titel – een analyse van 27 casussen van kindermishandeling met fatale of bijna fatale afloop. De inhoud was verschrikkelijk. Zevenentwintig kinderen die onder het oog van de hulpverlening en de overheid voor hun leven lang beschadigd waren of zelfs de dood vonden.

Het rapport verhaalde over meerdere ernstige omissies. Zo bleken professionals onderling onvoldoende gegevens uit te wisselen, waardoor zaken onvolledig in beeld kwamen. Ook hadden hulpverleners te weinig bevoegdheden om in te grijpen bij een vermoeden van kindermishandeling, waardoor onveilige situaties niet gestopt werden. En het ontbrak aan de inzet van forensisch medische expertise. Deze, én meer, conclusies schudden Nederland wakker; iedereen vroeg zich af hoe dit had kunnen gebeuren. De ministeries stonden op scherp: waar hadden zij gefaald?

Het goede nieuws: Van Vollenhoven en zijn onderzoekspartners zorgden met dit rapport voor vruchtbare grond, waarop vanaf dat moment allerlei initiatieven konden bloeien die tot op de dag van vandaag merkbaar zijn. Denk aan de Meldcode voor alle professionals die met kinderen werken, een verscherpte opleiding voor vertrouwensartsen en forensisch artsen, en de Taskforce Kindermishandeling, die de overheid ondersteuning en begeleiding gaf bij de aanpak van dit onderwerp.

Ook de behoefte aan een expertisecentrum werd in de periode na het rapport steeds duidelijker; een plek waar academische kindergeneeskunde en forensisch medische expertise samenwerken aan de veiligheid van kinderen. Een plek waar artsen advies en duiding kunnen vragen bij een vermoeden van kindermishandeling. En zo werd er een werkgroep opgericht, waarin ik zitting had. Het idee was om drie academische kinderziekenhuizen (Utrecht, Rotterdam en Amsterdam) te verbinden aan het Nederlands Forensisch Instituut. We schreven een plan voor iets dat het LECK zou moeten worden en probeerden met hulp van de stichting Chance for a Child fondsenwerving op touw te zetten. Dat mislukte helaas, maar gelukkig kregen we via deze stichting en via een aanvraag bij Stichting Kinderpostzegels toch vierhonderdduizend euro, waarmee we in oktober 2014 het LECK konden starten.

In het begin was het ontzettend spannend. Wie gaat ons om advies vragen? Weten artsen ons voldoende te vinden? Komt het wel goed? Ja, het kwam goed: al snel kregen we onze eerste aanvraag. Ik weet het nog precies… een kindje van ongeveer twee jaar oud met ernstig letsel onder de voeten. De ouders gaven verschillende verklaringen: de blaren zouden zijn veroorzaakt zijn door nieuwe schoentjes, later spraken ze over een blaarziekte op de crèche. Maar geen van deze verhalen paste voldoende bij het letsel dat we zagen: een diepe wond waar ook al necrose optrad, afsterving van het weefsel. We dachten eerder aan contactverbranding, waarbij een blaar of brandwond op de huid ontstaat door contact met een heet voorwerp, zoals een strijkbout of een hete pook. Na verder onderzoek vonden we oude botbreuken bij dit kindje, net als meerdere blauwe plekken. Alles wees op toegebracht letsel. Kortom: kindermishandeling.

Ik vond het heel lastig, vooral omdat ik ook de behandelend kinderarts was van dit kindje en de ouders goed kende. Ineens moest ik zo objectief mogelijk duiding geven aan het letsel. Later hebben we dit veranderd: de behandelend kinderartsen doen bij het LECK de duiding van hun zaken niet meer zelf, dat wordt gedaan door andere specialisten. Zo kunnen we zonder context, zonder naam, zonder verhaal en dus zonder vooroordeel het letsel beoordelen. Dat werkt beter.

Het LECK is nu acht en een half jaar actief, we worden volledig gefinancierd door het Ministerie van VWS, en we behandelen jaarlijks zo’n 300 casussen waarbij we advies geven aan collega-artsen. Onze twijfel aan de start was ongegrond, want inmiddels is meer dan duidelijk: het LECK is zeer noodzakelijk – hoe treurig dat ook is. Dat ons plan is gelukt, is eigenlijk heel erg logisch; we hadden de vruchtbare grond van Van Vollenhoven én er waren en zijn geweldig goede mensen betrokken bij het LECK. Mooi vind ik dat door deze samenwerking de concurrentiestrijd tussen de drie kinderziekenhuizen volledig is verdwenen. Die strijd hebben we samen overwonnen voor een groot gemeenschappelijk nationaal doel: ervoor zorgen dat kinderen in Nederland veilig zijn.

Elise van de Putte is een van de oprichters van het LECK, en was tot begin dit jaar voorzitter. Van de Putte is hoogleraar levensloopgeneeskunde en kinderarts sociale pediatrie. In januari 2024 gaat ze met pensioen. Tot die tijd schrijft ze blogs over haar ervaringen bij het LECK.


Het LECK is het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling. Het LECK is 24/7 bereikbaar voor artsen bij (een vermoeden van) kindermishandeling. Een kinder- en forensisch arts kijken mee, geven advies en duiden medische bevindingen.
Bel: 0900-4445444 of kijk op: www.leck.nu.

6 juni ’23