Drie vragen aan… kinderarts/-neuroloog Frédérique van Berkestijn

Het LECK stelt zo nu en dan drie vragen aan een professional die zich bezighoudt met het thema kindermishandeling. Deze keer bevragen we kinderarts/-neuroloog Frédérique van Berkestijn, voormalig LECK-arts en nu dedicated expert bij het LECK. Dedicated experts worden bij specifieke problemen gevraagd om mee te denken met de LECK-artsen.

Hoe ben je als kinderneuroloog geïnteresseerd geraakt in het thema kindermishandeling?
Dit onderwerp fascineert me. Als kinderarts begin je vaak blind aan je onderzoek naar een diagnose. Omdat het kind vaak nog te jong is om te vertellen, maar ook omdat ouders niet altijd een passend verhaal hebben bij het letsel. Dat betekent een zoektocht, die veel securiteit en transparantie vraagt. Het is die zoektocht die ik zo interessant vind. Maar ook het verschil dat ik kan maken met mijn werk. Een kinderneurologisch probleem bij kindermishandeling is vaak ernstig; het gaat om kinderen die in zeer slechte toestand op de Spoedeisende Hulp terechtkomen. Pas als je deze kinderen een paar maanden later terugziet op de poli, besef je hoe erg het was. Oh mijn god, wat heb je meegemaakt, denk ik dan. De eerste keer dat ik die verandering bij een kind zag, is me altijd bijgebleven. Voor me zat een blakende zuigeling met bolle wangen, terwijl het kindje dat ik eerder had gezien sterk vermagerd was en onder de blauwe plekken zat. Dat verschil motiveert me om door te gaan.’

Waar let je op als je een kind met letsel onderzoekt?
‘Als ik een kind onderzoek, doe ik dat altijd van top tot teen; ik kijk ook achter de oren en in de mond. En ik let op het gedrag en de interactie van het kind met de ouder en met mij. Daarnaast probeer ik het verhaal zo helder mogelijk te krijgen: wat is er precies gebeurd waardoor dit kind nu dit letsel heeft? Je moet als arts vóór je kunnen zien wat er zich heeft afgespeeld – als in een film. Lukt je dit bij herhaling niet doordat de verhalen niet kloppen of onduidelijk zijn, dan is dat wellicht een teken van kindermishandeling.
Ik vind dat je als arts moet doorpakken als je kindermishandeling vermoedt. Niet te voorzichtig zijn. Een voorbeeld daarvan is de CT-scan van de hersenen, waarmee je hersenschade kunt onderzoeken. Die scan wordt nu bij kinderen met een vermoeden op kindermishandeling vaak niet gemaakt omdat het schadelijk zou kunnen zijn. Maar als we een vermoeden hebben van bijvoorbeeld kanker, maken we de scan wél. We willen namelijk zeker weten of het kanker is of niet, omdat het kind er dood aan kan gaan. Wat we vaak niet beseffen is dat kindermishandeling dodelijker kan zijn dan kanker. Sterker nog: kindermishandeling is één van de dodelijkste “ziekten” die we kennen op de kinderleeftijd. Maken dus, die scan als het nodig is!’

Wat wil jij collega-artsen meegeven als het gaat om het thema kindermishandeling?
‘Durf het te zien. Ik zie vaak bij artsen dat ze bang zijn voor het “vals beschuldigen van ouders”. Ze redeneren daarmee vanuit de ouders, niet vanuit het kind. In de kindergeneeskunde leer je juist vanuit het kind te kijken. Het zou mooi zijn als iedere arts dit doet. Denk ook aan de verplichte kindcheck, die wordt nog vaak vergeten. Vraag je als arts altijd af: heeft deze patiënt zorg voor kinderen, en is deze patiënt in staat voor zijn of haar kinderen te zorgen. Stél deze vraag ook. Kinderen kunnen niet voor zichzelf opkomen, dus moeten wij dat doen. Twijfel je, schakel dan een expert in van bijvoorbeeld het LECK. Als je op een zaterdagavond in je eentje op de SEH in het noorden van Groningen staat en je hebt een kind met letsel, bel dan gewoon. Het is heel fijn als iemand met je meekijkt en tegen je zegt: je hebt het goed gezien.’

7 jan ’21