Drie vragen aan Cees Hoefnagels

Leestijd: 4 minuten

Het LECK stelt zo nu en dan drie vragen aan een professional die zich bezighoudt met het thema kindermishandeling. Deze keer bevragen we onderzoeker Cees Hoefnagels, die net zijn eigen bureau startte: Ceesstudies. Hij houdt zich bezig met onderzoek en innovatie ten behoeve van de preventie van kindermishandeling, huiselijk en seksueel geweld, en de bevordering van de naleving van de rechten van kinderen.

Een van je laatste onderzoeken heet ‘Bekend maakt bemind’, een onderzoek naar het versterken van de samenwerking tussen primair onderwijs en Veilig Thuis in de aanpak van kindermishandeling. Waarom was dit onderzoek nodig?

‘Ik houd me al decennia lang bezig met het thema kindermishandeling en wat systematisch opvalt, is dat professionals in het primair onderwijs – die dag in dag uit contact hebben met kinderen – heel weinig melding doen van hun vermoedens van kindermishandeling. Krap vijf procent van de meldingen bij Veilig Thuis is afkomstig uit het onderwijs. Nu kun je denken: ach, wat maakt het uit, anderen kunnen ook melden, maar daarmee gaan we voorbij aan een paar interessante aspecten. Allereerst: het CBS heeft al meerdere keren aangetoond dat leerkrachten in het basisonderwijs het meest emotioneel betrokken zijn bij hun werk. Deze mensen gáán voor kinderen, ze willen dat hun kinderen goed in hun vel zitten. Daar kunnen we wat mee. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat veel mishandelde kinderen achteraf gezien het liefst met een leerkracht hadden willen praten over dat het thuis niet oké was. Maar dat doen deze kinderen vaak niet; ze houden hun mond. Dus op één of andere manier komt de interactie kind-leerkracht en vervolgens de school-Veilig Thuis interactie niet goed tot stand. Met als gevolg: weinig meldingen uit het onderwijs, wat eraan bijdraagt dat waarschijnlijk veel kindermishandeling onder de radar blijft. De gevolgen daarvan vertalen zich in meer langdurige kindermishandeling, meer kinderen die met schaamte of schuldgevoel rondlopen en met een groot geheim, meer kinderen die zich terugtrekken in eenzaamheid, et cetera. Weet dat bij eenzesde van de meldingen die Veilig Thuis krijgt, de mishandeling al langer dan een jaar duurt. Enkele duizenden keren per jaar duurt het zelfs meer dan vijf jaar voordat er überhaupt melding wordt gemaakt. Daar laten we kansen liggen en dat wilde ik met dit onderzoek adresseren.’

Is ook bekend waarom leerkrachten in het basisonderwijs zo weinig melding maken van kindermishandeling?
‘Daar is geen eenduidig antwoord op. Uit ons onderzoek bleek heel duidelijk: variatie is de norm. Niet alleen ieder kind is anders, ook ieder gezin is anders, net als iedere leerkracht en iedere school. Iedereen worstelt op haar of zijn eigen manier met dit thema. We spraken leerkrachten die bang zijn om de relatie met de ouders te verstoren, en zich bezwaard voelen om het thema bespreekbaar te maken, juist vanwege het belang van het kind. We spraken leerkrachten die bang zijn dat Veilig Thuis gelijk de kinderen uit huis plaatst, maar ook leerkrachten die weten dat dat níet zo is, maar van de ouders weten dat die daarvan overtuigd zijn. En leerkrachten die juist het idee hebben dat er toch niets wordt gedaan met hun melding. Er zijn scholen die zeggen: wij melden niet als we niet honderd procent zeker weten dat het waar is. Er zijn ook besturen van scholen die hun leerkrachten verbieden om bij Veilig Thuis te melden vanwege slechte ervaringen in het verleden, en daarvoor een andere weg aanwijzen. Zelfs bij de mogelijkheid om anoniem om advies te vragen bij Veilig Thuis twijfelen sommigen of voelen een behoorlijke drempel. Het voelt toch een beetje als uit de school klappen. Maar ondertussen blijft de ongezonde thuissituatie van deze kinderen in stand – soms jarenlang.
Ik analyseerde eens meldingen over het hele jaar heen en constateerde iets heel verdrietigs: er werd in juni veel meer gemeld dan in de andere maanden van het schooljaar over kinderen in groep 8, de kinderen die na de zomer naar een andere school gaan. Het zijn de kinderen waar leerkrachten zich soms al jarenlang zorgen over maken, en die ze nu moeten loslaten. Deze meldingen zie ik als liefdevolle en tegelijk wanhopige daad: ik heb straks geen zicht meer op dit kind, help! Ik zou deze scholen op het hart willen drukken: meld alsjeblieft op tijd, je hoeft niet zeker te weten of je vermoeden waar is, wacht niet op het moment dat het kind uit beeld verdwijnt. Dat geldt overigens ook voor andere professionals, zoals artsen, die met kinderen in aanraking komen. Tegenover deze voorbeelden staan gelukkig scholen die een uitstekend en regelmatig contact met Veilig Thuis hebben.’

Hoe zorgen we ervoor dat scholen en leerkrachten kindermishandeling beter gaan melden bij Veilig Thuis?
‘Belangrijk om te zeggen is dat de onbespreekbaarheid van kindermishandeling niet aan Veilig Thuis toegeschreven kan worden; het is ook de awkwardness van het onderwerp, de akeligheid ervan. Maar door weg te kijken, helpen we deze kinderen niet. De afstand tussen scholen en Veilig Thuis moet kleiner worden. Ja, er zijn scholen die zichzelf als partner zien en goed in contact staan met Veilig Thuis, en hen bijvoorbeeld periodiek laten aansluiten tijdens hun zorgoverleg. Maar voor veel scholen en leerkrachten voelt Veilig Thuis als een soort Verweggistan waar je niet naartoe wilt. Daarom hebben we Veilig Thuis gevraagd welke functie ieder Veilig Thuis in de eigen regio wil en kan vervullen om het contact en de verbinding met het primair onderwijs te verstevigen. En dat is nogal wat; dat kunnen honderden basisscholen zijn in een regio. Het gaat om persoonlijk contact maken en een open cultuur creëren waarin leerkrachten zich vrij voelen om ook hun twijfels over Veilig Thuis te bespreken. Ze uitnodigen: vertel wat meer, want ik wil je begrijpen. Bekend maakt bemind – de titel van ons onderzoek. Laat de school proeven, voelen, meemaken wat ze aan je hebben en andersom, want scholen mogen een veel grotere rol hebben in de aanpak van kindermishandeling. Van belang hierin is dat leerkrachten serieus worden genomen in hun rol. Zij zijn de hyper-betrokken professionals, een soort co-ouders, die om deze kinderen geven. Zij zien deze kinderen iedere dag. Zij zijn het die troosten, met liefde de pleister op de gewonde knie van het gevallen kind plakken, en betrokken zijn bij de ontwikkeling van deze kinderen. Het doet ertoe wat deze leerkrachten waarnemen en wat zij voelen. Als Veilig Thuis die rol meer wil gaan erkennen, dan verwacht ik dat het percentage meldingen naar een acceptabeler niveau stijgt en situaties rondom kindermishandeling eerder stoppen.’

Lees meer over het onderzoek ‘Bekend maakt bemind’ via: https://sway.cloud.microsoft/l0eOW2aQmAAOdXfQ?ref=Link

 

Het LECK is het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling. Het LECK is 24/7 bereikbaar voor artsen bij (een vermoeden van) kindermishandeling. Een kinder- en forensisch arts kijken mee, geven advies en duiden medische bevindingen. Bel: 0900-4445444 of kijk op: www.leck.nu.

13 jan ’25