De les van Barbara Godwaldt

Leestijd: 4 minuten

Wat is de meest belangrijke of opvallende les die jij hebt geleerd als het gaat om kindermishandeling? Deze vraag stelt het LECK aan professionals die zich bezighouden met dit thema. Aan het woord is Barbara Godwaldt, specialist intieme terreur en femicide bij Blijf Groep, een organisatie die hulp biedt aan slachtoffers, kinderen en plegers van huiselijk geweld. Ze verloor zelf haar zus door femicide. Vanuit die persoonlijke en professionele betrokkenheid schreef zij met input van andere nabestaanden in 2023 het ‘Aanpakplan Femicide’. Dit plan vormde de basis voor het landelijke plan Aanpak femicide van de Rijksoverheid. In 2025 schreef ze daarnaast het aanpakplan ‘Kinderen van femicide slachtoffers en overlevers’, gericht op het verbeteren van de zorg en ondersteuning voor kinderen in deze situatie.

Mijn belangrijkste les is dat er bij kinderen van slachtoffers van intieme terreur altijd sprake is van kindermishandeling, dat ook deze kinderen aandacht krijgen en we mét deze kinderen moeten praten, niet alleen over hen.

‘Wat mensen zich vaak onvoldoende realiseren, is dat kinderen bij femicide altijd slachtoffer zijn. Ongeveer tien procent van de kinderen die thuis aanwezig zijn tijdens een moord, wordt zelfs omgebracht. De aandacht gaat meestal uit naar de vrouwen die jaarlijks door femicide om het leven komen, maar we vergeten dat daar heel vaak kinderen bij betrokken zijn. Ook als zij het overleven. Deze kinderen worden direct geraakt. Dat besef is in Nederland nog onvoldoende aanwezig.

Die beperkte blik zie je ook terug in hoe we naar hun positie kijken. In het strafrecht wordt soms gesteld dat de pleger, vaak de vader, de kinderen niet direct iets heeft aangedaan. In de vrouwenopvang kijken we breder, naar het hele systeem. Dan zie je dat kinderen soms juist een fatale afloop hebben onderbroken, bijvoorbeeld bij een verwurging. En toch wordt er na zo’n gebeurtenis soms besloten dat kinderen via een omgangsregeling weer onbegeleid contact moeten hebben met de pleger.

Daarnaast komt het voor dat geweld wel expliciet op de kinderen is gericht, bijvoorbeeld om de moeder te raken of te controleren. Dat gebeurt vaker dan men denkt. Juist daarom is het essentieel dat er voor deze kinderen een plan van aanpak is en we beter leren doorvragen.

Signaleren en samenwerken
Om kinderen beter te kunnen beschermen, is goede signalering essentieel. Kinderen kunnen naast lichamelijk letsel ook grote stress en spanning ervaren bij intieme terreur en femicide. Dat wordt nog te vaak gemist.

Signalering zou daarom veel breder georganiseerd moeten worden, bijvoorbeeld door het verbeteren van samenwerking tussen professionals en het vergroten van kennis van rode vlaggen via beroepsopleidingen. Met meer kennis, samenwerking en betere communicatie kunnen ze waarschijnlijk gerichter onderzoeken, helpen en verwijzen.

Praten mét kinderen
In de praktijk blijkt dat het nog lang niet vanzelfsprekend is om met kinderen zelf in gesprek te gaan. Terwijl dat juist zo belangrijk is. Dit betekent dat je steeds afweegt: is het veilig, kan het, en sluit het aan bij wat het kind nodig heeft? Wat voor volwassenen klein lijkt, kan voor een kind grote impact hebben. Soms kan iets eenvoudigs als een eigen knuffel, die op de ‘plaats delict’ bij femicide niet meegenomen mag worden van de politie al veel betekenen. Daarom is traumasensitief werken zo belangrijk.

Toch zien we nog te vaak dat kinderen van femicide slachtoffers niet worden gevolgd of op plekken terechtkomen die niet passend zijn. Soms wonen ze bij familie van de pleger, waar niet over de gebeurtenis gesproken mag worden, of worden ze van broers en zussen gescheiden. Ook worden kinderen van bijna femicide slachtoffers niet altijd betrokken bij besluiten die hen direct raken, zoals omgang met een ouder. Dat kan zeer schadelijk zijn.

Wat kinderen nodig hebben
Kinderen die opgroeien in een situatie van intieme terreur geven vaak aan dat ze zich niet gezien en niet gehoord hebben gevoeld. Ze komen in een overlevingsstand, passen zich voortdurend aan en dragen dat vaak hun hele leven met zich mee. Dat vraagt veel van hun ontwikkeling en kan later opnieuw naar boven komen, bijvoorbeeld in relaties, bij het krijgen van kinderen of in hun opleiding. De impact op de lange termijn wordt nog sterk onderschat.

Wat daarnaast opvalt, is dat kinderen die een ingrijpende gebeurtenis meemaken in de eerste 72 uur niet standaard worden gezien door een arts of psycholoog. Terwijl er in hun lichaam en brein juist in die fase veel gebeurt.

Het systeem rondom het kind
Een belangrijk aandachtspunt is dat het hele systeem rondom het kind wordt meegenomen in de hulp. Het kind moet ruimte krijgen voor zijn of haar eigen verhaal. De moeder heeft ondersteuning nodig om te herstellen. En ook de pleger moet worden begrensd en waar mogelijk behandeld.

Zonder goede begeleiding blijft het systeem in stand en vertraagt het herstel van iedereen. Ook wanneer kinderen tijdelijk in veiligheid zijn gebracht, kan de situatie opnieuw onveilig worden als passende begeleiding ontbreekt.

Daarbij is het belangrijk dat professionals beschikken over voldoende kennis, tools en duidelijke wet- en regelgeving die houvast biedt. Er is behoefte aan duidelijke protocollen en specialistische teams binnen de jeugdzorg en de Raad van de Kinderbescherming, zodat hulpverleners kunnen terugvallen op expertise. Ook scholing moet structureel worden ingebed in alle zorgopleidingen, zodat signalen eerder worden herkend en beter worden geduid.

Ik ben blij dat er een landelijk expertisecentrum is zoals het LECK. Dat helpt om kennis te bundelen en zorg beter te organiseren.

Wat ik vooral wil meegeven: creëer een veilige plek voor kinderen van slachtoffers van intieme terreur en femicide om hun verhaal te doen. Stel vragen, luister echt en probeer niet alleen te kijken, maar werkelijk te zien.’

 

Het LECK is het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling. Het LECK is 24/7 bereikbaar voor artsen bij (een vermoeden van) kindermishandeling. Een kinder- en forensisch arts kijken mee, geven advies en duiden medische bevindingen. Bel: 0900-4445444 of kijk op: www.leck.nu.

15 juni ’26