De les van Marjolein Baas

Leestijd: 4 minuten

Wat is de meest belangrijke of opvallende les die jij hebt geleerd als het gaat om kindermishandeling? Deze vraag stelt het LECK aan professionals die zich bezighouden met dit thema. Aan het woord is Marjolein Baas, kinderarts, NFI-deskundige en LECK-arts.

‘Het blijft lastig in de spreekkamer: hoe beoordeel je of een letsel een gevolg zou kunnen zijn van kindermishandeling? Je hoort het verhaal van de ouders, en dan? Hoe weet je of die “val van de commode” de oorzaak is? We laten ons vaak al snel leiden door een eerste indruk en de context. Het verhaal van de ouders, de interactie met het kind, hoe ze eruitzien, hoe verzorgd het kind is, et cetera. Deze context maakt ook dat we soms (te) laat aan kindermishandeling denken of minder objectief de situatie kunnen inschatten. Het is mijzelf ook gebeurd hoor.
De algemene gedachte is vaak dat kindermishandeling meer, of vrijwel alleen maar, voorkomt bij gezinnen in een sociaaleconomisch kwetsbare positie, terwijl het juist iets is dat zich in alle lagen van de bevolking kan afspelen.

Enkele jaren geleden in het ziekenhuis zag ik een baby in mijn spreekkamer met klachten van spugen en slaperigheid, zonder duidelijke aanleiding. De ouders kwamen op mij over als zeer betrokken, netjes verzorgd en goed georganiseerd. In eerste instantie dacht ik aan ziekte als verklaring voor de klachten van het kind, zoals een bacterie in het bloed of een hersenvliesontsteking, waartoe ik ook onderzoek en behandeling inzette. Dat hier ook sprake kon zijn van mogelijk toegebracht letsel kwam aanvankelijk helemaal niet in mij op. Pas toen een dag later uit onderzoek bleek dat deze baby een dusdanige bloeding in het hoofd had en vervolgens de oogarts ook bloedingen in de ogen zag, gingen onze ‘alarmbellen’ af. We haalden ook het broertje naar het ziekenhuis, en ook dat kind had bij onderzoek meerdere letsels die wezen in de richting van kindermishandeling. Het beeld van een stabiel en harmonieus gezin maakte dat ik aanvankelijk niet eens dacht aan toegebracht letsel als verklaring voor de klachten.

Wat ik heb geleerd is dat we als zorgverleners scherper kunnen en moeten zijn op het achterhalen van de mogelijke toedracht als oorzaak van het letsel bij het kind. Dat betekent dat je alles tot in detail moet uitvragen. Als ouders vertellen dat hun kind van de commode is gevallen wil je weten wat er precies is gebeurd. Wanneer is het gebeurd? Hoe ziet die commode er dan uit? Hoe hoog is die commode? Ligt er tapijt op de vloer? Viel het kind op zijn linker- of rechterzijde, op het hoofd of op de billen? Stop niet bij: hij is van de commode gevallen. Je moet het verhaal over de toedracht als een film in je hoofd kunnen afspelen om te toetsen of de letsels bij het verhaal kunnen passen. Je moet willen weten: wat is er exact met dit kind gebeurd? Kan dit kind deze letsels hebben opgelopen als gevolg van een val van een commode? En past deze val ook bij het ontwikkelingsniveau van het kind: kan het kind al wel rollen bijvoorbeeld? Als de ouders of verzorgers vertellen dat het kind bij zichzelf letsel zou hebben veroorzaakt, maar het kind is nog premobiel, dan klopt de film die je in je hoofd maakt niet. Dan moet je aanvullende vragen stellen. Vraag ook gerust om foto’s of video’s van hoe het er thuis uitziet. Is een kind volgens de ouders in een emmer heet water gaan zitten? Laat maar zien hoe die emmer eruitziet. Hoe groot is die emmer eigenlijk, past het kind daarin? Hoe ziet het speeltje eruit dat volgens het verhaal een blauwe plek met een patroon had veroorzaakt? Hoe sneller en uitgebreider je uitvraagt en documenteert, hoe beter – ook voor het vervolg van zo’n casus.

Twijfel je of klopt de film in je hoofd niet, dan is het goed om hulp in te schakelen. Van een collega, van het LECK of Veilig Thuis bijvoorbeeld. Bij het LECK worden we veel minder gestuurd door de context, doordat we de ouders en verzorgers en het kind zelf niet zien en de adviesvrager verzoeken enkel relevante details met betrekking tot het letsel en de mogelijke toedracht met ons te delen. Hierdoor kunnen we bij het LECK objectiever naar het letsel kijken en beoordelen of het letsel zou kunnen passen bij de gemelde toedracht. Tevens onderbouwen we ons oordeel met wetenschappelijke literatuur. Zo weten we bijvoorbeeld vanuit de wetenschap dat een vrij simpele val – bijvoorbeeld van de commode – zeer zelden ernstig letsel veroorzaakt. Bloedingen in het hoofd komen bij de huis-tuin-en-keuken ongelukjes zelden voor, maar wél na een heftig auto-ongeluk of een val van grote hoogte. Heeft een gezond kind bloedingen in het hoofd, dan zegt dat dus wat over de mate van impact die op het hoofd moet hebben plaatsgevonden. Als ouders dan vertellen dat hun kind van de bank is gerold, dan komt dit mogelijk niet met elkaar overeen.

Dat kindermishandeling nog met regelmaat gemist wordt weten we uit de wetenschappelijke literatuur. Kinderen met toegebracht schedelhersenletsel hebben in een aanzienlijk deel van de gevallen al eerder letsel gehad. Zoals een blauwe plek, die achter achteraf bezien ook al wees in de richting van toegebracht letsel, maar niet als dusdanig werd herkend. Ook bij het LECK zien we dat bijvoorbeeld jonge baby’s met ernstige letsels, zoals hersenletsel of botbreuken, soms al eerder zijn gezien door een zorgprofessional met “slechts” een blauwe plek, die op dat moment als onschuldig werd aangemerkt. Het herkennen van mishandeling is cruciaal, want het blijft niet altijd bij één incident. Zonder tijdige signalering en interventie kan het zich herhalen en neemt de ernst ervan toe.

Dus: blijf doorvragen totdat je heel scherp hebt wat er is gebeurd. Denk aan die film die zich in je hoofd moet kunnen afspelen. Lukt dit niet of past het letsel hier mogelijk niet bij dan moeten je ‘alarmbellen’ af gaan.


Het LECK is het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling. Het LECK is 24/7 bereikbaar voor artsen bij (een vermoeden van) kindermishandeling. Een kinder- en forensisch arts kijken mee, geven advies en duiden medische bevindingen. Bel: 0900-4445444 of kijk op:
www.leck.nu

16 okt ’25