Drie vragen aan… Songül Mutluer

Leestijd: 3 minuten

Het LECK stelt regelmatig drie vragen aan professionals die in hun werk te maken hebben met het signaleren van kindermishandeling. Deze keer spreken we met Songül Mutluer, Tweede Kamerlid Progressief Nederland en expert op het gebied van justitie en (nationale) veiligheid. In haar werk richt zij zich specifiek op thema’s als politie, ondermijning, (jeugd)criminaliteit en femicide. Met haar gaan we in gesprek over een onderbelicht thema: de positie en bescherming van kinderen van femicideslachtoffers.

1. Er is nog relatief weinig bekend over kinderen van femicideslachtoffers. Waarom is het belangrijk dat hier meer aandacht voor komt?

‘De afgelopen jaren lag de focus vooral op het herkennen van rode vlaggen die voorafgaan aan femicide. Dat heeft terecht geleid tot meer aandacht voor slachtoffers en preventie. Tegelijkertijd was dat voor mij ook een wake-up call: terwijl we ons richtten op het beschermen van vrouwen, waren kinderen er al die tijd ook bij. Dat besef raakte me.

We weten dat in ongeveer 70% van de gevallen van intieme terreur kinderen betrokken zijn. De impact op hen is enorm. Ze groeien op in een onveilige thuissituatie, kunnen worden gemanipuleerd en zijn soms zelfs direct slachtoffer van geweld. Ook na een scheiding kan de dwingende controle doorgaan, waarbij kinderen kunnen worden ingezet als middel.

Veel van deze kinderen zitten in een loyaliteitsconflict tussen hun ouders. Dat gaat vaak gepaard met schuldgevoelens: zij hebben het idee dat zij iets hadden kunnen doen om het geweld te stoppen, of zij voelen zich zelfs verantwoordelijk voor wat er is gebeurd. Dat maakt hun situatie extra zwaar.

De gevolgen zijn groot en werken vaak lang door. Ze variëren van problemen in de ontwikkeling en op school tot psychische klachten op latere leeftijd. In sommige gevallen zien we dat deze kinderen later zelf in de problemen komen, bijvoorbeeld doordat zij op een ongezonde manier op zoek gaan naar erkenning en veiligheid, of uiteindelijk zelf in een daderrol terechtkomen.’

2. Waarom worden de signalen en behoeften van deze kinderen nog te vaak gemist in de praktijk?

‘In de praktijk ligt de aandacht nog altijd sterk bij slachtoffers van femicide. Dat is begrijpelijk, maar daardoor raken de kinderen van deze slachtoffers uit beeld. Daarnaast spreken zorg- en veiligheidsprofessionals niet altijd dezelfde taal. Wat voor de ene professional in het belang van het kind lijkt, bijvoorbeeld contact met de vader behouden, kan in de praktijk onveilig zijn. We hebben de veiligheidssituatie van kinderen nog onvoldoende scherp in beeld.

Daar komt bij dat professionals soms handelingsverlegen zijn. Zeker in complexe situaties zoals bij intieme terreur is het lastig om te bepalen wat echt in het belang van het kind is. Dat vraagt om meer onderzoek, gezamenlijke casuïstiekbespreking en betere risicotaxatie.

Ook spelen systeemproblemen een rol. Denk aan lange wachtlijsten in de jeugdzorg en tekorten in de jeugd-ggz. Als hulp te laat komt, weet je dat het mis kan gaan. Daar ligt ook een duidelijke verantwoordelijkheid voor de politiek.’

3. Wat is er nodig om deze kinderen beter te beschermen en te ondersteunen?

‘De eerste stap is erkennen dat deze kinderen zelf óók slachtoffer zijn. Vervolgens moeten we signalen eerder herkennen en daar direct naar handelen. Dat vraagt om een andere manier van werken: minder vanuit systemen en meer vanuit de belevingswereld van het kind. Daarvoor is betere samenwerking nodig tussen zorg, veiligheid en justitie. Niet naar elkaar wijzen, maar gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen.

Ook binnen de rechtspraak is verbetering nodig. Zowel civiele als strafrechters zouden beter toegerust moeten zijn om dit soort situaties te beoordelen, bijvoorbeeld door verplichte scholing. Daarnaast is meer onderzoek nodig naar de korte- en langetermijngevolgen voor deze kinderen. En het is essentieel dat zij zelf een stem krijgen in beslissingen die over hen gaan; iets wat nu nog onvoldoende gebeurt.

Tot slot moeten we investeren in goede en tijdige ondersteuning van deze kinderen, waaronder somatische en psychische hulp. Door eerder in te grijpen, kunnen we voorkomen dat zij blijvend beschadigd raken. Juist daarom moeten we kinderen centraler stellen. Zij zijn altijd slachtoffer van de situatie. Dat betekent: eerder signaleren, beter samenwerken en kinderen daadwerkelijk meenemen in wat er over hen wordt besloten.’

 

*Intieme terreur is een zeer ernstige vorm van huiselijk geweld waarbij één partner via een structureel patroon van dwang, controle en geweld de andere partner overheerst en angstig maakt. Intieme terreur kan in het ergste geval leiden tot femicide.

 

Het LECK is het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling. Het LECK is 24/7 bereikbaar voor artsen bij (een vermoeden van) kindermishandeling. Een kinder- en forensisch arts kijken mee, geven advies en duiden medische bevindingen. Bel: 0900-4445444 of kijk op: www.leck.nu

8 juni ’26