Het LECK stelt zo nu en dan drie vragen aan een professional die zich bezighoudt met het thema kindermishandeling. Deze keer bevragen we Ed Muris, al meer dan dertig jaar tandarts en implantoloog. Voor zijn afstuderen schreef hij destijds een scriptie over het signaleren van kindermishandeling in de tandartspraktijk.
Waar komt jouw interesse in het thema kindermishandeling vandaan?
‘Het was op de universiteit dat ik voor het eerst in aanraking kwam met dit thema. Ik behandelde daar een jong patiëntje, een meisje, dat zich heel gewillig opstelde. Beter gezegd: ze bood zichzelf op een seksuele manier aan. Ik schrok daarvan, wist niet goed wat te doen en besprak het met mijn docent. Later, toen ik mijn scriptie moest schrijven, heb ik een dag in de bieb doorgebracht, op zoek naar een onderwerp dat nog niet gekozen was. En dat werd het thema kindermishandeling. Ik wilde onderzoeken: wat is kindermishandeling nu eigenlijk, hoe vaak komt het voor en hoe kun je daar in je praktijk als tandarts mee te maken krijgen?’
Welke rol kunnen tandartsen spelen in de strijd tegen kindermishandeling?
‘Tandartsen hebben een belangrijke signaleringsfunctie op dit thema. Uit mijn eigen onderzoek – verricht in 1992 – kwam naar voren dat vijfenzestig procent van het letsel bij fysieke kindermishandeling plaatsvond in het hoofd/hals-gebied. Maar ook uit recent onderzoek blijkt dat nog steeds veel tandartsen regelmatig letsels in het hoofd/hals-gebied observeren die wijzen in de richting van fysieke kindermishandeling. Als daar sporen van zijn, kun je dit als tandarts opmerken. Afgebroken tanden, ongezond tandvlees, rotte tanden en kiezen, maar ook bijvoorbeeld een blauwe plek aan beide zijden van de hals zijn goede redenen om eens verder te onderzoeken en het kind en de ouders te bevragen: hoe is dit gebeurd? En dan is het opletten: past het verhaal bij het letsel? Als een kind bijvoorbeeld op beide kanten van de hals een symmetrische blauwe plek heeft, en de vader vertelt dat het kind van de schommel is gevallen, dan klopt dat niet. Dergelijk symmetrisch letsel krijg je namelijk niet van een val van de schommel. Ook als de ouders het verhaal overnemen van het kind ben ik alert. Vaak vraag ik het kind in een onbewaakt moment dan nogmaals naar het ontstaan van het letsel.
Ik vind dat je als tandarts altijd de plicht hebt om verder te kijken dan die 28 elementen in de mond. De helft van ons werk draait om psychologie: gaan mensen ergens gebukt onder? Zijn er dingen die niet goed gaan in het leven? Daar kun je het over hebben: ik zie dat je knarsetand, heb je stress? Of: je hebt wel heel erg veel gaatjes: hoe ziet je eetpatroon eruit? Het gaat erom dat we verder durven kijken.’
Wat kunnen tandartsen doen als ze het vermoeden hebben van kindermishandeling?
‘Niet wegkijken, maar actie ondernemen en het gesprek aangaan. Zelf zie ik regelmatig verwaarloosde beschadigingen aan het gebit van kinderen. Heb je pijn gehad, vraag ik dan. Ja, zegt zo’n kind vervolgens, ik kon er niet van slapen. Dan zeg ik tegen de ouders dat hun kind waarschijnlijk heeft geklaagd over de pijn, waarop vaak het weerwoord komt dat ze dachten dat het wel over zou gaan. Ik wijs ze dan op het feit dat hun kind onnodig pijn heeft geleden en dat dat eigenlijk een vorm van verwaarlozing is. Ik leg dan ook uit dat kinderen altijd mogen komen voor spoed én dat kinderen altijd verzekerd zijn.
Het gaat er dus om dat je dingen durft te benoemen. Ooit sprak ik een vader aan die de hele tijd aan zijn dochter zat terwijl ze bij mij in de stoel lag. Met de jonge vrouw zelf kreeg ik geen contact, maar die vader was maar met haar bezig. Ik heb hem toen vriendelijk gevraagd om van zijn dochter af te blijven. Ze zijn nooit meer teruggekomen. Achteraf denk ik: daar had ik iets mee moeten doen. Misschien de huisarts bellen om te overleggen.
Tandartsen zijn zorgprofessionals en daarom geldt ook voor hen dat ze zich moeten houden aan de Meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling van de KNMG. Toch denk ik dat veel tandartsen terugschrikken om in actie te komen omdat het zo’n lastig onderwerp is. Bij wie kun je terecht? Wat is de beste manier om hiermee om te gaan? Wat richt je aan als je vermoedens niet blijken te kloppen? Daarom is het van belang dat we binnen onze beroepsgroep meer aandacht voor dit onderwerp genereren. We moeten gevoed worden met cijfers, handvatten en meer scholing. En tandartsen moeten weten dat ze voor advies terechtkunnen bij het LECK. Zodat we niet langer wegkijken omdat we er niets van snappen, het ingewikkeld vinden of omdat we geen zin hebben in gedoe.
Het zou geweldig zijn als iedere tandarts beseft: slachtoffers van kindermishandeling zitten ook bij mij in de stoel. Zelf vraag ik me regelmatig af hoeveel ouders in mijn praktijk hun kinderen mishandelen. En ik heb daadwerkelijk geen idee. In mijn praktijk heb ik in achttien jaar twee duidelijke gevallen van kindermishandeling gehad. Maar als je naar de statistieken kijkt, klopt dat niet: het moeten er veel meer zijn geweest.’
Goed om te weten: Als tandarts kun je bij een vermoeden van kindermishandeling altijd contact opnemen met het LECK. Gespecialiseerde artsen kijken met je mee en geven advies en duiden medische bevindingen. De patiënt blijft hierbij anoniem voor het LECK.
Het LECK is het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling. Het LECK is 24/7 bereikbaar voor artsen bij (een vermoeden van) kindermishandeling. Een kinder- en forensisch arts kijken mee, geven advies en duiden medische bevindingen. Bel: 0900-4445444 of kijk op: www.leck.nu.
23 nov ’23