‘Er zijn ouders die bang zijn dat ze hun kindje iets aan zullen doen’

Kinderarts Ineke de Kruijff over huilbaby’s

Leestijd: 7 minuten

Lees hier het interview in pdf.

Een huilbaby. De horror van elke verse ouder. Maar vaak nog een onbegrepen en onderschat fenomeen. Kinderarts Ineke de Kruijff maakte haar levenswerk van het thema huilgezinnen*.  Als kinderarts specialiseerde zij zich in de excessief huilende baby. ‘Een huilbaby in het gezin is ongelooflijk heftig. We moeten ouders serieus nemen, beter naar ze luisteren én actief ondersteunen.’

‘Mijn eerste eigen kindje huilde enorm veel. Overleven was het. En nee, ik dacht niet: hier ga ik mijn levenswerk van maken. Ik dacht alleen maar: hoe kom ik deze periode door? Daarna zijn huilgezinnen beroepsmatig op mijn pad gekomen. In het ziekenhuis waar ik werkte hadden we een moeder-baby unit, de MBU, waar moeders met psychische klachten uit het hele land samen met hun pasgeboren baby werden opgenomen. Ik deed daar de consultatiebureau-controles en kwam veel baby’s tegen die ik eerder als kinderarts had gezien. Ik begon me af te vragen of er een link was tussen de psychische gesteldheid van de ouders, en het vele huilen van de baby’s. En zo werd mijn promotieonderzoek geboren.

Angst, depressie en verstoorde hechting
Het is een beetje een open deur, maar uit mijn onderzoek bleek dat een excessief huilende baby voor veel stress zorgt bij de ouders. Ook angst, depressie en een minder goede binding met de baby komen vaker voor bij ouders met een baby die overmatig huilt. Van de groep die naar een kinderarts wordt verwezen vanwege excessief huilen van de baby heeft 50 procent van de moeders en 21 procent van de vaders een verhoogd risico op depressie. Dat zijn gigantische getallen.

Het is heel duidelijk dat ouders met een huilbaby in nood verkeren – op allerlei vlakken. Het is vreselijk als je je kind alleen maar hoort huilen en je weet niet hoe het te troosten, en dat in combinatie met een groot gebrek aan slaap. Geen mens die het daar goed op doet. Wist je dat babygehuil gebruikt wordt als martelmethode voor gevangenen in Guantanamo Bay? Dat zegt al genoeg over de heftigheid van een huilbaby. Een moeder zei laatst tegen me: ik heb mijn baby alleen gelaten, de babyfoon uitgezet, en ik ben buiten met een kop thee gaan zitten wachten totdat mijn man thuiskwam van zijn werk. Een vader gaf aan dat hij zo vermoeid en wanhopig was van het continue gehuil, dat hij niet normaal meer kon nadenken. En ja, dan kunnen er heftige situaties ontstaan.

De link met kindermishandeling
Of er een link is tussen kindermishandeling en excessief huilen bij baby’s? Ja, die is er. Het meest bekende Nederlandse onderzoek op dit gebied is dat van Reijneveld uit 2004. Hij vroeg aan meer dan drieduizend ouders van baby’s tussen de 1 en 6 maanden wat ze hadden gedaan als reactie op het huilgedrag van de baby. Van de ouders van baby’s van 6 maanden oud gaf 5,6 procent aan dat zij hun kindje ten minste één keer hadden geslagen, gesmoord of geschud om het te doen stoppen met huilen. Een shocking getal, zeker als je weet dat dergelijke handelingen grote schade kunnen veroorzaken bij het kindje, zoals botbreuken of zelfs hersenletsel. Ik krijg het ook terug in mijn eigen praktijk: dat ouders zo wanhopig zijn dat ze bang zijn hun kindje iets aan te zullen doen. Zo ongelooflijk moedig dat ze dát durven te vertellen.

Ook sociale isolatie en eenzaamheid spelen een rol. Ouders denken: we doen maar even geen kraambezoek, want het is totaal niet gezellig met onze baby. Ze gaan contacten mijden en praten er niet over. Je komt namelijk niet heel leuk op een feestje aan als je zegt dat je baby zoveel huilt. Het is veel fijner om te zeggen dat alles goed gaat. En als je er dan wél wat over zegt, dan komen al die goedbedoelde adviezen: je moet gewoon dit of je moet gewoon dat. Alsof je het allemaal niet goed doet. En natuurlijk heb je al die dingen al uitgeprobeerd – de venkelthee, de probiotica, de osteopaat en noem maar op. Deze ouders vragen zich écht af wat zij fout doen. De roze wolk over wie iedereen het heeft, blijft bij hen uit. En dan komt de schaamte.

Erken de heftigheid
Mijn belangrijkste boodschap aan andere professionals is: neem signalen van ouders over hun excessief huilende baby heel serieus. Erken de heftigheid ervan en bied hulp. En wees niet alleen reactief, maar ook proactief. Durf ernaar te vragen als ouders er zelf niet over beginnen. We moeten de drempel om te durven praten over het huilen van hun baby verlagen. Daarmee verlagen we namelijk ook de drempel naar hulp.
Als zorgverleners hebben we bovendien de taak om de juiste informatie te geven. Want er staat heel veel verouderde informatie op het internet – dé plek waar deze wanhopige ouders natuurlijk het eerst zoeken. Op Instagram en TikTok krijgen ze adviezen van influencers die ze al jaren kennen en dus geloven. Ze horen bijvoorbeeld over verborgen reflux en dat na medicatie alles beter wordt, en dan stappen ze direct naar de dokter om dat pilletje te halen. Voor een zorgverlener is dit hét moment om door te vragen: Waar zijn jullie bang voor? Hoe gaat het eigenlijk met jou? Red je het een beetje? Zijn er mensen die helpen?

Ouders zijn bereid om heel veel met je te delen, als je er maar naar vraagt. En ja, het is misschien veel gemakkelijker om alleen dat recept voor te schrijven, maar het probleem is daarmee niet opgelost. Baby’s krijgen onnodig zuurremmers waarvan we inmiddels steeds meer bijwerkingen kennen. Baat het niet dan schaadt het niet geldt hier zeker niet.

Nachtje doorslapen
Hulp bestaat ook uit het geven van concrete handvatten: Met welke technieken kun je je kind troosten en laten slapen? En: wat te doen als je het niet meer trekt? Ik maak altijd een plan met deze ouders. Vaak is de wereld alweer een stuk zonniger als ze één of twee nachten goed hebben geslapen en ze wat tijd voor zichzelf hebben. Want het is niet normaal dat je geen momentje meer voor jezelf kunt pakken, niet meer normaal kunt douchen. Dit is juist enorm belangrijk. We bespreken daarom altijd met de ouders hoe zij mensen om zich heen kunnen inzetten om te helpen. Soms kan dat heel eenvoudig geregeld worden door iemand in huis te halen die even voor de baby zorgt.
Vroeger was het heel normaal dat oma’s en tantes kwamen helpen. Tegenwoordig vinden we dat we het allemaal zelf maar moeten kunnen. Succes dat maak je zelf, en hulp vragen is een zwaktebod – dat idee. Deze ouders hebben het gevoel dat ze falen, terwijl het absoluut geen falen is. Een huilbaby kun je gewoon niet in je eentje handelen, punt. Vroeger namen we veel excessief huilende baby’s op in het ziekenhuis, maar dat doen we liever niet meer. Veel liever zetten we de ouders thuis in hun kracht: met de juiste kennis en hulp kun je het wél. Essentieel daarbij is dat we de rust bij de ouders terugkrijgen, dat zij lager in hun stress gaan zitten. Want die stress, die voelt de baby namelijk haarfijn aan. Het is een beetje als dat bekende voorbeeld van het vliegtuig: doe eerst je eigen zuurstofkapje op en dan dat van je kinderen.’

*De Kruijff: ‘De term huilbaby roept vaak veel op omdat mensen zeggen: het is niet de schuld van de baby. Daarom spreek ik liever over huilgezinnen; het hele gezin lijdt eronder.’

Wanneer is een kind een huilbaby?
Wanneer kun je een baby bestempelen als “huilbaby?” ‘Heel simpel’, zegt De Kruijff, ‘Als ouders zeggen dat hun baby veel huilt en ze zich zorgen maken. Of als ze aangeven dat hun kind ontroostbaar huilt. Er zijn criteria van Wessel – meer dan drie uur huilen, meer dan drie uur per week, meer dan drie weken lang – maar die wil ik zo snel mogelijk overboord hebben. Zo ouderwets. Het gaat erom hoe de ouder het huilen van het kind ervaart. Het interesseert mij als zorgverlener eigenlijk niet hoeveel je baby huilt. Of dat nu één uur is, drie uur, zes uur of twaalf uur; het gaat erom dat de ouder radeloos is van het gehuil. Ze komen bij jou omdat ze zich zorgen maken, omdat ze hun kind niet kunnen troosten. En dat moet je uiterst serieus nemen. Het gaat erom dat je de ouder erkenning geeft en empathie toont. Dat kan soms al voldoende zijn. Is dat niet voldoende, dan kun je doorverwijzen naar specialisten op dit gebied.

Waarom huilen deze baby’s zoveel?
De Kruijff: ‘Waarom huilbaby’s zoveel huilen, weten we eigenlijk niet precies. Wat we wél weten is dat verschillende factoren een rol kunnen spelen, waardoor de kans wordt verhoogd. Bijvoorbeeld vroeggeboorte en antibioticagebruik in de eerste levensweek, een moeder met angstklachten of een vader met depressie, ouders met relatieproblemen, roken in de omgeving… Maar er zijn ook heel veel baby’s waarbij geen enkele risicofactor speelt en die toch veel huilen. Vaak zijn dit temperamentvolle baby’s; ze kijken vanaf de geboorte zeer helder uit de ogen, ontwikkelen zich vlotter en lijken zichzelf minder goed te kunnen kalmeren. Hoe dan ook, feit is dat deze baby’s veel huilen en dat de oorzaken niet altijd weggenomen kunnen worden. Gelukkig gaat het bij de meeste kinderen op natuurlijke wijze over. De piek gaat er echt af tegen de tijd dat baby’s zo’n drie à vier maanden oud zijn en ze hun eerste hapjes eten. Voor de ouders een hoopvolle boodschap.’

 

Over Ineke de Kruijff
Ineke de Kruijff is kinderarts in het St. Antonius Ziekenhuis in Utrecht en promoveerde op het thema huilgezinnen met haar proefschrift Excessive infant crying: New insights in the role of parental factors and long-term stress through hair cortisol analysis. Haar missie is de beste zorg te bieden aan gezinnen met een excessief huilende baby. Dit doet ze door praktijk, onderzoek en onderwijs te combineren. De Kruijff begeleidt haar collega Karola de Graaf die onderzoek doet naar de vraag hoe zorgprofessionals beter met elkaar kunnen samenwerken om ouders van excessief huilende baby’s beter te helpen.

 

ABC poli
In het St. Antonius Ziekenhuis is een speciale poli ingericht, de ABC poli, waar ouders met medische zorgen over hun kind binnen vijf werkdagen terechtkunnen. Op deze poli kijkt een ervaren kinderarts samen met een medisch pedagogisch zorgverlener naar de baby. Ook is er een transmuraal zorgpad in de regio, waarin huisartsen, de jeugdgezondheidszorg en  kinderartsen uit de verschillende ziekenhuizen intensief met elkaar samenwerken.
Zie: https://www.antoniusziekenhuis.nl/kindergeneeskunde/abc-poli en https://www.antoniusziekenhuis.nl/kindergeneeskunde/abc-poli/informatie-voor-ouders-met-een-huilbaby

 

Meer informatie

 

8 januari 2026